De prehistorie van het Eicha Museum

In onze vorige aflevering gingen we op bezoek bij de Galgenberg aan de Schietbergdreef en zagen we de relatie met Stonehenge in Engeland. Aan beide monumenten zijn tastbare herinneringen aan wat de mensen in hun tijd kenden als de zonnecultus. De zon was de oppergod, zoals we dat ook kennen van andere culturen, denk maar aan het oude Egypte met de kolossale piramides. Onze grafheuvels kunnen we beschouwen als de piramides van de Kempen.
Zoals ons al op de lagere school werd verteld, hadden de mensen hier bij ons in de prehistorie ook hun eigen goden. Afgoden werden ze genoemd, omdat wij meenden en zeker wisten dat er maar één God was, de ware God en dat was de onze. De Germanen en Batavieren, zo leerden wij, hadden ook een hiernamaals dat ‘De eeuwige jachtvelden’ werd genoemd. Vooral de mannen hadden in die hemel volop vermaak met jagen, vissen, dobbelen en bierdrinken. Over wat de vrouwen daar te wachten stond werd ons niets verteld.

Bij de oude Grieken, Romeinen en Egyptenaren had je een hele litanie van goden, godinnen en halfgoden. Voor de oogst, voor de oorlog, voor de liefde, noem maar op. Hun afbeeldingen vinden we in musea en er zijn bibliotheken vol geschreven over hun mythologische verhalen. Jammer dat de mensen hier in de prehistorie zelf niets hebben opgeschreven. De Romeinen waren de eersten die ons iets meedelen over de bevolking die ze hier aantroffen. Ons gebied was een stukje van het grote Gallië. De Galliërs noemen wij gewoon de Kelten. Deze mensen woonden hier in wat we de IJzertijd noemen, de tijd van de urnenvelden. Ook in de kringgreppels van de urnenvelden treffen we steeds een opening aan en wel aan de kant waar op de dag van de crematie de zon opkwam. Die opening is dus een tastbare herinnering aan hun zonnecultus.

In de bronstijd, de tijd van onze Galgenberg en de Driebergen, was de richting van de zonopkomst iets nauwkeuriger. Daarvoor koos men de zonnestand op de morgen van de langste dag van het jaar, op 21 juni. In onze vorige bijdrage kon u lezen over het aantal personen waarvan de crematie in de Galgenberg was bijgezet. Ondertussen zijn de drie gerestaureerde urnen uit onze palenkransgrafheuvel weer terug in Bergeijk, in bruikleen van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Opgegraven in 1951 en op dinsdag 2 mei 2017 teruggekeerd, betekent dat deze urnen na zesenzestig jaar weer verenigd zijn met de crematieresten die al in 2002 naar het Eicha Museum gebracht zijn. Genoemde drie potten (1600-1400 v. Chr.) zijn van dikwandig aardewerk en aardig zwaar. De hoogte ervan bedraagt resp. 37, 33,5 een 33 cm.

Behalve deze drie urnen uit de bronstijd ontvingen we nog een tiental urnen van verschillende vorm en maat in bruikleen. Het bijzondere hiervan is dat deze urnen allemaal, en nog honderden meer, al ruim honderd jaar geleden vanuit Bergeijk en omgeving in het Rijksmuseum in Leiden terecht gekomen zijn. Hierover meer in een volgend artikel.
Dertien urnen uit een ver verleden, nieuw voor onze bezoekers, zijn een mooie en dankbare aanwinst. We mogen deze kostbaarheden ‘terug-van-weg-geweest’ – gemaakt en gebruikt door de vroegste bewoners van ons grondgebied – zeker beschouwen als een trekpleister voor ieder die belangstelling heeft voor ons aller oergeschiedenis.

Hoewel het museum pas in 1977 door burgemeester J. Schaepman officieel werd geopend, waren de initiatiefnemers al vanaf de beginjaren ’60 met de plannen en voorbereiding bezig. Ter gelegenheid van het achtste lustrum zal een boekje verschijnen waarin de voorgeschiedenis van al die jaren overzichtelijk is vastgelegd. En dat met de toepasselijke titel De prehistorie van het Eicha Museum.

Aanstaand weekend is het Eicha Museum ter gelegenheid van het 40-jaar bestaan speciaal geopend op zaterdag 20 en zondag 21 mei 2017, na de middag van 2 tot 5 uur. Toegang gratis. U bent van harte welkom!

Johan Biemans, conservator